LIKE ONS

woensdag 17 mei 2006

"LEVENDE DINGEN GAAN DOOD"

Heb dat boek van Martin Halfhart nog eens opengeslagen.

Met een harde ruk aan de deur was het voorbij. Einde verhaal. Ze had duidelijkheid geschept. Ja, voor haar misschien. Voor hem begon het verhaal weer opnieuw, terwijl hij zwijgend door zijn oudste vriend naar huis werd gebracht. Hij had besloten om dit huis maar even huis te noemen. Al was het alleen maar om hem te beschermen tegen nostalgie.
Maar goed, het verhaal begon dus opnieuw. Eigenlijk zonder dat hij het wilde, dus nam hij zich voor er achter te komen wat, of eigenlijk eerst OF hij wat fout had gedaan en dan eventueel wat en dan het moeilijkste, waarom. Hij wist nu al dat hij hier niet ver mee zou komen, maar hij bleef een optimist. Een rasoptimist in hart en nieren, maar niet in zijn hoofd.
Vorige week was het. Hij kwam het politiebureau uitlopen en merkte dat hij haar niet had gemist. En het was zonnig, tevens. Kortom, licht in zijn hoofd, lucht in zijn hart, lach op zijn gelaat. Links, rechts, rechtdoor, het was hem om het even. Geen huis meer en geen richting. Overal was goed. Dacht hij. Helaas, want als hij beter had opgelet (hier maakte hij in gedachte een kanttekening: beter opletten, altijd goed) dan had hij misschien gemerkt dat hij de straat inliep van de cafetaria. De cafetaria die sinds de perikelen van een paar maanden geleden behoorlijk 'not done' was geworden wat betreft zijn emotionele denkkader.
En ja hoor, daar zat ze. Het mes dat hij toentertijd bij zich had gehad werd tot metafoor en gleed onder zijn riem vandaan om haar precies op de juiste plek te raken en na insteek nog eens 90 graden te draaien. Het was alsof ze in een bal van gelei zaten en het spelletje was dat ze elkaar niet mochten aanraken. Schier onmogelijk.
De volgende dag belde hij haar en spraken ze iets af. (misschien was dat de fout)
“Wat deed je stom gister.”
“Wat deed je moeilijk gister.”
“Ego├»st.”
“En jij niet zeker?”
Echter, op de een of andere manier eindigde dit gesprek op een fijne manier en dachten ze allebei dat het voorbij was. Of eigenlijk dat er iets nieuws was. Een heuse vriendschap misschien wel.
Maar nee…

Wacht even, volgens mij vind ik het toch niet zo’n goed boek. Nee. Wat een vreselijk boek eigenlijk. Dicht moet het. Met een spijker er doorheen tegen een houten plank. En dan van het dak laten glijden en laten rotten in de tuin. Gadver. Sorry.

Geen opmerkingen: