LIKE ONS

maandag 17 april 2006

DE GIER

Uit misselijkheid begon hij aan zijn tanden te trekken. De man op TV bleef hem echter aangapen en betrad zo zijn wereld op een haast gewichtloze manier. Hij had er nu al spijt van. Terwijl er buiten een gier neerstreek op het gemaaide gazon van zijn voortuin rende hij plots kokhalzend naar de wc. 15 minuten later lag hij in bed en probeerde met zijn haar een kussen te slijpen. Was hij gek geworden? Nee, het was slechts een moment dat hij even niet oplette en enkel deed wat zijn lichaam hem scheen te bevelen. Hij besloot om het op te schrijven. Het bevel van zijn lichaam. Hij pakte uit zijn witgelakte nachtkastje, gemaakt van de doodskist van zijn moeder, een vel papier en at dit per ongeluk op. Opletten, opletten. Dacht hij en viel met zijn broek op zijn enkels in slaap.

Panisch werd hij wakker, Rudolf, en schoot uit zijn bed. Vergeten van zijn hielende broek viel hij op zijn platte neus. Stofzuigen! Riep de gier vanaf het gazon. De gier? Nog hier? Allemachtig. De droom van vanacht was niet te begrijpen. Terwijl hij een plakje kaas om zijn tong vouwde probeerde hij te bedenken wat het betekend als je droom dat je aan een groot houten kruis wordt gespijkert. Hij had het gevoel dat hij dat al eerder had gedroomd. Een soort déjarêvu, of iets in die trante. Op weg naar zijn werk liet hij aan alle gieren die hij kon vinden zijn handen zien. Gewoon uit respect. Zijn vader had hem geleerd dat de natuur het mooist boek is dat er bestaat. Het is prachtig geschreven en alles staat er in. Het kost niks en het geeft antwoord op al je vragen. Nou was zijn vader altijd een fervent lsd-gebruiker geweest, maar deze les had op een of andere manier indruk gemaakt op de kleine, snoezelige, bolkoppige, angstvallig scheelkijkende Rudolf.

Tijdens de lunch werd de TV show van gister besproken. In de cafetaria waren stoelen waar mensen op zaten. Sommigen zaten te wippen, anderen zaten kaarsrecht. Waarschijnlijk yoga. En af en toe werd er een scheet gelaten.
Om precies kwart over twaalf kwam er een man binnen die de telefoon liet afgaan. Het was een bord. Eventjes. Zachtjes bogen de mondharmonica-spelers naar voren en lieten hun neus kort in de tomatensoep hangen. De heerlijke geur van tomatensoep kon Opletten! Het was de gier. Rudolf zei dat hij niet had gekeken naar de show en excuseerde zich. Eerder dan normaal begon hij die dag weer met het kontroleren van de kwaliteit van geluidskaarten voor computers. Als kind had hij altijd gedacht dat hij een computer was tot hij op een dag merkte dat hij geen toetsenbord had.

Het eten dat zijn vrouw voor hem klaar had gemaakt was eigenlijk verrukkelijk, maar Rudolf was niet in de stemming. Hij ging op de bank zitten en pakte zijn gitaar. Een zwak gepingel. Vrouwelijk werd het halflege bord in de koelkast gezet. Was die niet een beetje gekrompen de laatste tijd? Niet dat ze wist. En naar bed ging ze. Met haar achterste. De gitaar moest er aan geloven. Samen met de TV. Al was het enkel de gitaar die de rake klappen niet overleefde. Het nieuws was net voorbij en dus werd er naar het nieuws gekeken. Uit het gebrabbel van de naakte man op TV maakte Rudofje op dat het weer gierentijd was. Hij stond op en wilde naar het raam lopen, maar vergat dat.

Rudolf! Werd er geschrokken uitgeroepen. Waarna ze een plakje kaas naar hem gooide en deed alsof ze de krant achterstevoren las. Ze wist dat hij dat spannend vond en hoopte zo om de dag voor hen beiden goed te laten beginnen.
Anette, je weet dat ik van je hou toch? Toen storte het huis in en was het gelukkige jonge paar dood.

Op het werk ging het als een lopend vuurtje en het kwam zelfs op het nieuws. Niemand snapte hoe het kon gebeuren maar na een paar maanden kocht een gier bij de plaatselijke koelkastenhandelaar de kleinste koelkast die er te krijgen was. Opletten dus!

1 opmerking:

de vogel zei

Ha, wat een prettig stukje tekst. Ik vond vooral de manier waarom de naam van hoofdpersoon Rudolf/Rudof wordt geïntroduceerd erg fijn. En natuurlijk ‘...het nieuws was net voorbij en dus werd er naar het nieuws gekeken..’ of iets in die trante.

Ik kreeg je SMS wel, maar had ‘verplichtingen’ en mijn beltegoed was geblokkeerd. zodoende kon ik je niet laten weten niet naar Berlijn te kunnen ipv broer. Jammer! Anders had ik het uiteraard graag gedaan. Bovendien kom ik zowiezo snel die kant op. Het trekt aan me.

Kus,
de vogel